Volgens Yuki Kabe leidt een beleidskloof tot een onjuiste beoordeling van biobased plastics in levenscyclusanalyses. En daardoor wordt het potentieel van deze materialen onvoldoende benut.
Ondanks hun mogelijkheden en duurzame eigenschappen, hebben bioplastics nog steeds moeite om te concurreren met ‘gewone’ plastics. Dit komt vooral door ongelijke beleidsregels en een gebrek aan erkenning van hun bijdrage aan duurzaamheid.
Laat me wat context schetsen: veel biobased plastics zijn chemisch hetzelfde als hun fossiele tegenhangers. Die gelijkenis biedt verschillende voordelen. Zo kunnen dezelfde machines worden gebruikt, wat investeringen bespaart en de overstap naar deze materialen makkelijk maakt. Daarnaast passen biobased plastics perfect in de circulaire economie. Ze kunnen worden ingezameld, gerecycled en opnieuw gebruikt, net zoals traditionele plastics. Vanuit milieuoogpunt zijn biobased plastics bijzonder waardevol. Ze verminderen de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en slaan biogene koolstof op. Dit laatste betekent dat koolstof die door planten uit de atmosfeer is opgenomen, in het materiaal wordt opgeslagen, waardoor het CO2-gehalte in de atmosfeer tijdelijk verlaagd wordt. Als biobased plastics gerecycled worden, wordt die koolstofopslagperiode zelfs verlengd. Dit voordeel wordt echter vaak genegeerd in huidige koolstofboekhoudmethoden.
‘De biobased plasticindustrie ervaart op beleidsniveau meer weerstand dan steun’
Biobased plastics hebben te maken met een uniek nadeel als het gaat om hoe ze worden beoordeeld in levenscyclusanalyses. Methodologieën zoals de Product Environmental Footprint (PEF) van de EU tellen emissies van biobased plastics al vooraf mee, omdat de koolstof uiteindelijk weer vrijkomt — of dat nu over een paar decennia of over een eeuw is. Daarentegen worden bij fossiele plastics pas meegeteld als ze geoxideerd zijn. Dit betekent dat fossiele plastics die worden gerecycled of op stortplaatsen belanden, minder emissies tonen in analyses. Deze discrepantie creëert een ongelijk speelveld en negeert de waarde van de tijdelijke koolstofopslag die biobased plastics bieden.
Hoewel de EU ambitieuze doelstellingen heeft gesteld voor hernieuwbare energie, waaronder biobrandstoffen, zijn er geen vergelijkbare doelstellingen voor biobased materialen die afkomstig zijn van dezelfde hernieuwbare bronnen. Dit zorgt voor een kloof in het beleid, waardoor de kosten voor grondstoffen voor biobased materialen stijgen en het moeilijker wordt voor hen om te concurreren. Volgens het prioriteitsprincipe van biomassa moet de productie van materialen prioriteit krijgen boven de productie van energie om de efficiëntie van hulpbronnen te maximaliseren, alleen het huidige beleid weerspiegelt deze logica niet.
Een andere hindernis is het ontbreken van bindende duurzaamheidseisen voor biomassa. Momenteel bestaat alleen een niet-bindend beleidskader, wat bedrijven dwingt om met inconsistente regels om te gaan. Dit kan eenvoudig worden opgelost, aangezien er al duurzaamheidseisen zijn voor biobrandstoffen die ze als voorbeeld kunnen nemen.
Al met al ervaart de biobased plasticindustrie op beleidsniveau meer weerstand dan steun. Veranderende regelgeving legt de verantwoordelijkheid bij bedrijven om te bewijzen dat hun initiatieven werken, vaak met hoge kosten. Dit vertraagt hun concurrentiepositie ten opzichte van fossiele bedrijven, die minder worden gereguleerd. Om het potentieel van biobased plastics te benutten, is beleidsverandering nodig. Wetgevers moeten duidelijke, wetenschappelijke duurzaamheidscriteria ontwikkelen die technologieneutraal zijn en voor de hele EU gelden. Deze criteria moeten gebaseerd zijn op bestaande certificeringssystemen en het koolstofopslagpotentieel van biobased plastics erkennen in levenscyclusanalyses.
Door een gelijk speelveld te creëren, kunnen beleidsmakers de groei van biobased plastics stimuleren en bijdragen aan een duurzamere, lage-emissie-economie.
Yuki Kabe is Technical Advocacy Specialist bij Braskem en heeft als chemisch ingenieur 20+ jaar ervaring in duurzaamheid en levenscyclusbeheer.
Reageren? redactie@kncv.nl of laat een reactie achter
1 Opmerking van een lezer