De internationale concurrentiekracht van onze chemie-industrie behouden en versterken, binnen de context van de Europese Green Deal. Dat is de existentiële uitdaging waar Ann Wurman, directeur essenscia Vlaanderen, zich voor inzet. Eerst deed ze dat bij petrochemiereus ExxonMobil, nu doet ze dat voor meer dan vierhonderd sectorbedrijven in Vlaanderen. ‘De uitdagingen zijn grotendeels dezelfde.’ 

Zullen we later kunnen zeggen dat de kiem van de comeback van de Europese industrie in Antwerpen lag? Want het is op de site van BASF in de Antwerpse haven waar in februari 2024 topindustriëlen en politici, onder wie ook Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, bijeenkomen. Met als resultaat: de Antwerp Declaration. 

Deze verklaring was een dringend en niet mis te verstaan pleidooi om de Europese industrie uit het slop te trekken. In navolging van de Green Deal moest er een industrial deal komen. En kijk, afgelopen februari, precies een jaar later, werd in de Vlaamse havenstad de Clean Industrial Deal geboren. Dit plan van de Europese Commissie is het antwoord op de Antwerp Declaration. Het doel: versterken van de Europese industrie, onder meer door energie goedkoper te maken, zonder het pad naar duurzaamheid van de Green Deal te verlaten. Om dat laatste te onderstrepen maakte de Europese Commissie alvast €100 miljard vrij om clean tech – zeg maar de groene kern van de Clean Industrial Deal – te stimuleren. 

Wat echter sterk zal worden ingeperkt, is de typisch Europese ‘regulitis’. In Antwerpen kondigde Von der Leyen aan dat haar Commissie de administratieve last voor bedrijven met een kwart wil doen dalen. Zo zal de ‘koolstofgrenstaks’ worden bijgestuurd om de administratieve lasten voor bedrijven te verminderen en exportgerichte sectoren zoals de chemie beter te beschermen. En de ‘zorgplichtwet’ zal grondig worden vereenvoudigd om onnodige complexiteit en oplopende kosten te vermijden. 

De Clean Industrial Deal is een compromis en dus zijn de reacties verdeeld. Sommigen vinden de Deal veel te vaag, terwijl anderen eindelijk bij de topechelons van de Europese Unie een duidelijke wil zien om de eigen industrie weer competitief te maken. Ann Wurman, topvrouw van essenscia Vlaanderen, mede-initiatiefnemer van het event in Antwerpen in 2024, hoort bij de tweede groep. ‘De Clean Industrial Deal is een belangrijk positief signaal. Maar woorden moeten nu snel omgezet worden in daden. Wij geloven in een toekomst voor de Europese industrie. Maar het is nu hoog tijd om te handelen.’ 

Wurman 3

Ann Wurman, directeur essenscia Vlaanderen

Beeld: essenscia

Welke indicatoren moeten we in de gaten houden om te zien of dit plan op korte termijn iets gaan veranderen? 

‘Die zijn vooral economisch van aard. Onze industrie kampt al enkele jaren met een dramatisch lage onderbenutting van de productiecapaciteit. Als er weer meer installaties in gebruik worden genomen, wijst dat op een heropleving. Daarnaast kunnen we ook naar nieuwe investeringen kijken. Die zijn broodnodig om weer te groeien, om via innovatie verder te verduurzamen en om de industrie in Europa te verankeren. En natuurlijk zijn er de energieprijzen, zowel voor gas als voor elektriciteit, die dringend naar beneden moeten om ons competitief nadeel te verminderen.’ 

De Commissie belooft ook om de regeldruk aan te pakken. Kunt u concrete voorbeelden geven van regulitis die de industrie dwarszit? 

‘We zijn niet tegen regulering op zich. Zonder regels is er chaos, en daar is niemand bij gebaat. Maar we hebben slimme, duidelijke en coherente regels nodig die ook zin hebben. Als je ziet hoeveel regelgeving er jaar na jaar is bijgekomen … Daaraan voldoen slorpt enorm veel tijd en middelen op. In onze sectoren komt dat overeen met ruim 10 procent van de toegevoegde waarde. Dat is toch niet meer normaal? 

Maar voorbeelden, dus. Neem de richtlijn over waterstof. Europa schrijft daarin heel gedetailleerd voor hoe groene waterstof geproduceerd moet worden [op basis van hernieuwbare energie, red.]. Wij pleiten voor technologieneutraliteit: focus op het doel – decarbonisatie – en laat ondernemers de beste technologie kiezen. De richtlijn fnuikt niet alleen ondernemerschap, maar is ook contraproductief. Ze sluit immers andere vormen van koolstofarme waterstof uit, bijvoorbeeld die met CO2-afvang of opgewekt met kernenergie. Op die manier gaan we er niet geraken. 

Een ander voorbeeld is allerhande verplichte en hypergedetailleerde rapportering, zoals die van CSRD [corporate sustainability reporting directive, red.]. Dat is goed bedoeld, maar je moet er als bedrijf wel extra mensen voor in huis halen – vaak externe consultants – en dan is het maar de vraag welk effect die rapportering heeft. Het is niet door alles in detail te gaan oplijsten en rapporteren dat de broeikasgasuitstoot gaat verminderen. 

Nog een voorbeeld is circulaire economie, waar Europa sterk op inzet. De regelgeving rond afvalstoffen verschilt zo sterk tussen lidstaten, maar ook tussen regio’s onderling, dat een kat er haar jongen niet meer in terugvindt. Maar landen als België en Nederland zijn wel bij uitstek exportlanden. Er is dus nog werk aan die eengemaakte Europese markt.’ 

‘Het is niet door oplijsten en rapporteren dat de broeikasgasuitstoot gaat verminderen’ 

Een ander heet hangijzer is de ‘koolstofgrenstaks’. Wat is uw visie daarop? 

‘Ook hier onderschrijven we het basisprincipe. We moeten onze industrie, die onderworpen is aan strenge klimaatregels en die moet betalen voor de CO2-uitstoot, beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf waar de klimaatambities en de bijhorende kosten een stuk lager liggen. De maatregel draagt in principe dus bij aan een gelijker mondiaal speelveld. Helaas is het voorstel dat nu op tafel ligt, niet toereikend. Zo beschermt het onze export niet. Als een bedrijf vanuit pakweg Vietnam naar Europa exporteert, zou het een koolstofgrensbelasting moeten betalen. Maar als het bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten uitvoert, hoeft dat niet. Terwijl de Europese export in dat geval wel een competitief nadeel heeft, omdat bedrijven in Europa wel een CO2-prijs moeten betalen. 

Daarnaast beschermt CBAM [carbon border adjustment mechanism, red.] de waardeketens niet, die vandaag natuurlijk mondiaal zijn. Afgewerkte producten vallen er niet onder. Het kan niet-Europese bedrijven ertoe aanzetten om de wetgeving te omzeilen en meteen eindproducten in te voeren, wat de Europese industrie ernstige schade kan berokkenen. Nogmaals: het principe achter CBAM is juist, maar de duivel zit ‘m in de details. Nu staat er wel een herziening gepland later dit jaar. We hopen dat er nog grondig aan wordt gesleuteld, vóór de volledige invoering in 2026.’ 

Eind 2023 kwam essenscia al met een transitieplan voor de Belgische en Europese industrie. Dat was ook met het oog op de nationale (federale en Vlaamse) en Europese verkiezingen van vorig jaar. Ziet u dat plan doorschemeren in de Clean Industrial Deal en de regeerakkoorden? 

‘De grote krijtlijnen ervan zaten allemaal vervat in de Antwerp Declaration, wat zeg maar de blauwdruk was van de Clean Industrial Deal. Dan heb ik het over de hoge energieprijzen, over de financiering van de transitie, over de beruchte overregulering … Maar ook over technologieneutraliteit. Hoe meer verschillende soorten technologie je kunt inzetten, hoe meer je kunt diversifiëren en hoe meer je kosten kunt drukken. Ook voor energie, dus. Daarom is essenscia bijvoorbeeld al jaren voorstander om kernenergie weer meer op te nemen in de energiemix. 

Waar we met ons transitieplan en de Antwerp Declaration ook mee voor hebben gezorgd, is dat industriebeleid op Europees niveau nu een topprioriteit is. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in een vicevoorzitter van de Europese Commissie [de Fransman Stéphane Séjourné, red.] die industriestrategie in zijn portefeuille heeft zitten. En ook in België en Vlaanderen merk ik de nodige mentaliteitswijziging bij beleidsmakers. Zo hebben we nu voor het eerst een Vlaamse regering met een minister van Industrie in haar rangen [minister-president Matthias Diependaele, red]. Maar dat is allemaal slechts een startpunt: nu moeten concrete acties volgen.’ 

‘Laat ondernemers de beste technologie kiezen’ 

In mei komt essenscia met een nieuw economisch rapport. Zal daarin al beterschap te lezen staan? 

‘We hopen natuurlijk de eerste signalen van heropleving te kunnen optekenen, maar 2024 was een bijzonder moeilijk jaar. Ook in 2025 blijft onze internationale concurrentiepositie zwaar onder druk staan. We snakken naar een structurele verbetering, een die zich doorzet op de langere termijn. Want de afgelopen jaren zaten we in wat je zou kunnen noemen een structurele crisis. Eerdere crisissen hadden typisch een V-vorm: er was een snelle neerwaartse beweging, maar die werd gauw gevolg door een relatief snel herstel. Dat profiel zien we in de huidige crisisperiode, die begonnen is met de hoge energieprijzen na de Russische inval in Oekraïne, helemaal niet. Het herstel blijft al tien kwartalen op rij uit.’ 

Wat kunnen jullie als federatie zelf doen? 

‘We zijn er met ons transitieplan en onze betrokkenheid bij de Antwerp Declaration in geslaagd om industriebeleid en competitiviteit hoog op de politieke agenda’s te plaatsen. Op die nagel zullen we blijven kloppen. Op het vlak van duurzaamheid hebben we ons huiswerk al vroeg gemaakt. In 2009 waren we de eerste federatie in Europa met een sectoraal duurzaamheidsrapport. En onze bedrijven hebben hun broeikasgasuitstoot sinds 1995 al met de helft kunnen terugdringen, ook in de jaren dat er nog sterke economische groei was. 

Persoonlijk ben ik heel trots op BlueChem, de incubator voor start-ups en scale-ups actief in duurzame chemie in de Antwerpse haven. Binnenkort gaan we dit initiatief uitbreiden met een tweede site waarmee we onze labocapaciteit fors kunnen vergroten. Daarnaast zetten we ook sterk in op talentontwikkeling. Alleen in Vlaanderen al sturen we vier opleidingscentra mee aan.’  

‘Op Europees niveau is industriebeleid nu een topprioriteit’  

U kwam in 2021 over van ExxonMobil om directeur te worden van essenscia Vlaanderen. Was het een grote carrièreswitch? 

‘Ik kwam van een bedrijf dat al volop bezig was de transitie te maken. Toen vertegenwoordigde ik één bedrijf, nu meer dan vierhonderd, zowel uit chemie, kunststoffen, farma als biotech. Maar de uitdagingen zijn grotendeels dezelfde: de competitiviteit versterken zodat we kunnen meewerken aan de ambities van de Green deal en ons als industrie in Europa kunnen verankeren. Een voordeel van mijn achtergrond is dat ik kan spreken uit de praktijk. Dat geeft me veel geloofwaardigheid bij beleidsmakers. Ik weet bijvoorbeeld welke mechanismen het verschil kunnen maken om een investering aan te trekken.’ 

Wat is voor u een groot verschil met uw werk bij ExxonMobil? 

‘ExxonMobil is een multinational, terwijl ik essenscia meer als een KMO ervaar. We hebben een klein team en spelen kort op de bal, waardoor we heel wendbaar zijn. Dat is wellicht een verschil. Maar als sectorfederatie vertegenwoordigen we wel heel veel bedrijven, waardoor we een groot gewicht in de schaal kunnen leggen. Het is duidelijk dat de chemie en farma – goed voor een derde van de totale Vlaamse export – in regeringskringen als een zeer strategische sector wordt gezien.’ 

 

CV Ann Wurman 

Wurman 26

Beeld: essenscia

2023 - heden 

Directeur IVP Coatings, de Belgische federatie van coatingbedrijven 

2021- heden 

Directeur essenscia Vlaanderen 

1992 - 2021 

Diverse functies (o.a. Public and Government Affairs), ExxonMobil 

1992  

Master Toegepaste Economische Wetenschappen, UAntwerpen